Hoe maak je een goede samenvatting?

Voor vakken als geschiedenis, levensbeschouwing, maatschappijleer, biologie en aardrijkskunde moet je vaak veel tekst lezen en leren. Het maken van een samenvatting is dan handig. Samenvatten is een goede manier om actief met de lesstof om te gaan, zodat je het beter onthoudt. Ook is samenvatten een goede voorbereiding op de toets. Je moet immers de hoofdzaken uit de tekst halen. Maar…. hoe maak je nou een goede samenvatting?

  1. Je maakt een samenvatting per paragraaf. Begin met globaal lezen. Je kijkt naar de titel, tussenkopjes, plaatjes en opvallende woorden. Vraag jezelf af waar de tekst over zou kunnen gaan en wat je al van dit onderwerp weet.
  2. Vervolgens ga je de tekst goed doorlezen. Onderstreep of markeer de belangrijkste woorden, of schrijf ze op een kladblaadje. Tip: meestal staat de belangrijkste informatie in de eerste of laatste zin van een alinea.
  3. Je begint met het maken van de samenvatting. Neem de titel van de paragraaf over en schrijf ook de tussenkopjes op. Probeer per alinea in één zin op te schrijven waar het over gaat. Doe dit ook voor de andere alinea’s. Het is heel belangrijk dat je de samenvatting in je eigen woorden schrijft. Letterlijk zinnen uit het boek overnemen heeft namelijk geen zin.

Het maken van een samenvatting zal in het begin lastig zijn en vrij veel tijd kosten. Als je het vaker doet zul je merken dat het steeds sneller gaat, en dat je ook beter weet waar je de belangrijkste informatie in een tekst kunt vinden. Samenvatten moet je ook leren!

 


Bronnen:
  • Jitske Schulte (2010) Breingeheimen. Leuker, slimmer, makkelijker en sneller leren. Princep educatief,
  • Inge Verstraete & Karin Nijman (2016) Handboek leren leren voor het voortgezet onderwijs: 5 krachtige leerprincipes vertaald naar de praktijk. Huizen, Pica
  • Inke Brugman & Lenneke Bazen (2010) Ik leer beter leren: cursus ter verbetering van studievaardigheden, gericht op informatie opnemen. Apeldoorn, Garant

Leertips bij dyslexie

Voor dyslectische leerlingen is leren vaak lastig, vooral wanneer het gaat om het bestuderen van grote lappen tekst of om het stampen van woordjes. Iemand met dyslexie heeft moeite met foutloos en snel lezen en spellen, zowel bij de eigen taal als bij vreemde talen als Frans en Engels. Kinderen met dyslexie halen vaak, ondanks hun inzet, niet de schoolprestaties die van hun verwacht mogen worden. Dat kan soms best frustrerend zijn. Studiekunst geeft hier een aantal tips die het leren voor dyslectische leerlingen wellicht gemakkelijker maken:

  1. Maak gebruik van ondersteunende middelen. Woordjes kun je bijvoorbeeld leren met wrts, voor  het vak Nederlands zijn er voldoende oefenwebsites beschikbaar (bijvoorbeeld Juf Melis en Cambiumned) en op school worden vaak ook ondersteunende programma’s aangeboden (zoals Kurzweil of Claroread).
  2. Maak samenvattingen of mindmaps van de leerstof van tekstvakken als geschiedenis en aardrijkskunde. Gebruik daarbij kleuren en tekeningen en schrijf in je eigen woorden.
  3. Leer niet alles in één keer, maar verdeel het leerwerk. Maak elke week een planning waarbij je de leerstof opdeelt in kleine stukjes. Regelmatig herhalen is heel erg belangrijk.
  4. Zorg ervoor dat je bij toetsen ook extra tijd krijgt. Hier heb je als leerling met dyslexie vaak recht op. Zet een D op je toetsblaadje, zodat de docent die nakijkt ook weet dat je dyslectisch bent.
  5. Bij het leren van de talen is het belangrijk om veel te schrijven. Maak bijvoorbeeld woordkaartjes en laat je overhoren. Zo krijg je inzicht in je eigen leren.
  6. Een goede manier om je leesniveau te verbeteren is door veel te lezen. Oefening baart kunst!

Bron: http://www.dyslexie.nl/wat-is-dyslexie/

 

Verschillende soorten toetsvragen

Soms denk je dat je heel goed geleerd hebt, want je kent alle begrippen. Op de toets kun je echter bijna geen vragen invullen. Hoe dat komt? Je hebt niet op de juiste manier geleerd. Leraren stellen namelijk verschillende soorten toetsvragen. Daarmee testen ze niet alleen of je de begrippen kent, maar ook of je de leerstof kunt toepassen en of je beschikt over voldoende inzicht.

Grofweg kun je het volgende onderscheid in toetsvragen maken, waarbij de vragen zich opbouwen in moeilijkheidsgraad:

  • Kennisvragen. Deze vragen toetsen of je in staat bent om feiten te onthouden en te reproduceren. Het uitleggen van het begrip “socialisatie” bij het vak Maatschappijleer is een voorbeeld van een kennisvraag.
  • Toepassingsvragen. Een toepassingsvraag test of jij wat je geleerd hebt ook kunt gebruiken in een andere situatie. Veel vragen bij wiskunde zijn toepassingsvragen.
  • Inzichtsvragen. Bij inzichtsvragen moet je altijd even nadenken. Leraren stellen dit soort vragen om te achterhalen of je de leerstof ook daadwerkelijk begrijpt. Een voorbeeld van een inzichtsvraag bij het vak economie is de vraag “Wat gebeurt er met de werkloosheid als de inflatie stijgt?”.
  • Analysevragen. Of je in staat bent om verbanden te leggen tusssen verschillende onderdelen van de leerstof, toetst een docent aan de hand van analysevragen. Bij geschiedenis kun je bijvoorbeeld de volgende analysevraag krijgen: “Welke oorzaken kun je na het bestuderen van WOI en WOII aangeven voor het ontstaan van oorlogen?”
  • Evaluatievragen. Hierbij gaat het erom dat je kritisch kunt nadenken en een beargumenteerd oordeel kunt geven. Bij een boektoets van Nederlands moet je bijvoorbeeld uitleggen of je een door jou gelezen boek aan een ander aan zou raden en waarom.
  • Synthesevragen. Synthesevragen  vereisen dat je creatief met de lesstof omgaat. Je moet wat je geleerd hebt zelf samenvoegen tot iets nieuws. Je aardrijkskundedocent vraag je bijvoorbeeld om jouw oplossing voor het dreigende voedseltekort op aarde.

Bronnen:
Inge Verstraete & Karin Nijman (2016) Handboek leren leren voor het voortgezet onderwijs. Vijf krachtige leerprincipes vertaald naar de praktijk. Uitgeverij Pica, p. 132-133.
Bloom, B.S., Engelhart, M.D., Furst E.J., Hill, W.H. & Krathwohl, D.R. (red), (1956) Taxonomy of Educational Objectives. The Classification of Educational Goals, Handbook I: Cognitive Domain. David McKay Company, Inc.
Stichting Leerplanontwikkeling Nederland, www.slo.nl

Woordjes leren – vier manieren

De woordjes leren voor Frans, Duits, Engels of soms zelfs voor Nederlands, het lijkt iedere keer weer een hele opgave. Alleen maar doorlezen is vaak niet voldoende. Er zijn verschillende manieren om voor de talen te leren. Ken jij ze allemaal al?

  1. Afdekken: in de meeste lesboeken staan de woordjes in rijtjes. Eerst staat het Nederlandse woord, met daarachter het Franse, Duitse of Engelse woord (of andersom natuurlijk). Een simpele manier om de woordjes te leren is een stuk papier te leggen op de Nederlandse woorden en zo jezelf te overhoren.
  2. Per onderwerp: woordjes onthoud je beter wanneer ze in een logisch verband staan. Moet je woorden kennen die te maken hebben met voorwerpen in huis? Verdeel die dan in voorwerpen die thuishoren in de woonkamer, garage, slaapkamer, enzovoorts. Veel makkelijker!
  3. Woordkaartjes: gebruik hiervoor een aantal kleine papiertjes, van 3×5 centimeter. Op ieder woordje schrijf je een woord in de taal die je moet leren. De Nederlandse vertaling schrijf je op de achterkant. Leg de woordkaartjes op één stapel. Je kunt jezelf overhoren door steeds een kaartje van de stapel te pakken en je antwoord dan te controleren. Woordjes die je nog niet kent leg je dan op een aparte stapel – die moet je nog een keer herhalen.
  4. Internet: soms moet je niet te moeilijk doen. Op internet vind je heel wat sites die je helpen om woordjes te oefenen, bijvoorbeeld wrts. Gebruik deze websites!

Bronnen: Jitske Schulte (2010) Breingeheimen. Leuker, slimmer, makkelijker en sneller leren. Princep educatief

Tips voor de toetsweek

Voor de meeste leerlingen is het alweer bijna zo ver: de eerste toetsweek van het schooljaar komt in zicht. Net als bij het gewone huiswerk is een goede voorbereiding van de toetsweek het halve werk. Hier een aantal tips:

Tip 1: Begin op tijd met plannen. Maak minstens twee weken vantevoren een planning waarbij je het leerwerk verdeeld over de verschillende dagen. Laat ook een paar dagen open, om tot rust te komen of om leerwerk waar je niet aan toe bent gekomen in te halen.

Tip 2: Inventariseer de toetsstof. Zorg dat je goed weet wat je precies voor de toets moet leren. Maak een inschatting hoeveel tijd je voor elk vak nodig hebt. Bijvoorbeeld: voor geschiedenis moet je het eerste hoofdstuk leren. Dat hoofdstuk bestaat uit vijf paragrafen. Je kunt het best per dag één paragraaf leren, en één dag gebruiken om te herhalen. Dat betekent dat je dus minstens zes dagen vantevoren begint met leren.

Tip 3: Leer je toetsen in een rustige omgeving. Dus op een plek met zo min mogelijk afleiding, waar je je goed kan concentreren. Laat je telefoon in een andere kamer, in je schooltas of leg ‘m omgekeerd op tafel.

Tip 4: Laat je regelmatig overhoren, bijvoorbeeld door je ouders, broer, zus, opa of oma, vriend of vriendin of studiebegeleider. Of overhoor jezelf. Door je te laten overhoren kom je er achter of je alles kent. Misschien blijkt dan dat je nog even door moet leren…

Succes!

Een goede concentratie: één ding tegelijk

Huiswerk maken, dat is: je agenda openslaan, op Magister kijken, met je vrienden Whats’appen, dat leuke nummer opzoeken op YouTube, de laatste Instagramposts bekijken, zo nu en dan in je geschiedenisboek lezen en tot slot het antwoord op de vraag invullen. Moet lukken toch?

Nou, nee. Multitasken, verschillende dingen tegelijk doen, bestaat niet. Mensen kunnen maar één ding tegelijk doen. Als je zo veel verschillende dingen tegelijk doet, ben je aan het “taskswitchen”. Je schakelt dan constant van de ene naar de andere taak. Dit taskswitchen verstoort de aandacht en het denken. Waar je mee bezig bent duurt dan twee keer zo lang en gaat ten koste van de kwaliteit. Je maakt dan sneller fouten. Als je snel van je huiswerk af wil zijn, is dat dus niet zo handig.

Effectief studeren en een goede concentratie gaan dus het beste als je één ding tegelijk doet. Vooral het gebruik van social media tijdens het leren is een grote afleider. Social media zijn gemaakt om de aandacht te trekken. Slim dus om je telefoon niet in de buurt te hebben als je met huiswerk bezig bent. Uiteindelijk heb je dan meer tijd over om leuke dingen te doen, doordat je sneller met je huiswerk klaar bent.


Bronnen:
  • Inge Verstraete & Karin Nijman (2016) Handboek leren leren voor het voortgezet onderwijs: 5 krachtige leerprincipes vertaald naar de praktijk. Huizen, Pica
  • Jitske Schulte (2010) Breingeheimen. Leuker, slimmer, makkelijker en sneller leren. Princep educatief

Huiswerk plannen, hoe doe je dat?

Een goede planning is het halve werk. Daarom is het belangrijk om je huiswerk te plannen en organiseren. Zo weet je per dag wat je moet doen. Dit bespaart energie en voorkomt chaos en onrust. Een agenda kan je helpen om wat orde in je leven te brengen. Een aantal tips voor het plannen van huiswerk op een rij:

Tip 1: Gebruik een agenda met een weekoverzicht
Tip 2: Kies een vaste dag om te plannen en plan dan altijd een week vooruit
Tip 3: Gebruik verschillende kleuren: markeer bijvoorbeeld proefwerken met geel en inlevermomenten met oranje
Tip 4: Plan het maakwerk op de dag dat je het hebt op gekregen
Tip 5: Leerwerk moet je verdelen over een aantal dagen, begin bijvoorbeeld 4 dagen van tevoren met leren voor een proefwerk. De stof kun je dan opdelen in kleine stukjes.
Tip 6: De dag vóór een proefwerk of SO moet je altijd alle leerstof herhalen
Tip 7: Plan niet te veel op één dag: houd ook rekening met andere dingen die je moet doen, bijvoorbeeld sporten
Tip 8: Streep je huiswerk door als het klaar is!


Bron: Jitske Schulte (2010) Breingeheimen. Leuker, slimmer, makkelijker en sneller leren. Princep educatief