Tips voor het aanleren van een groeimindset

Je mindset is jouw idee over wat je kunt en hoe slim je bent. De term mindset is bedacht door de Amerikaanse psychologe Carol Dweck. Er zijn twee soorten mindset te onderscheiden: de vaste mindset en de groeimindset.

Leerlingen met een vaste mindset geloven dat hun eigenschappen vaststaan. Ze denken dat ze geboren zijn met een bepaalde mate van intelligentie en dat dat niet zal veranderen. Leerlingen met een groeimindset denken heel anders. Zij geloven dat ze zichzelf door oefening steeds kunnen blijven ontwikkelen en verbeteren.

Een stuk positiever dus, zo’n groeimindset. Het kan je ook ondersteunen bij het verbeteren van je schoolprestaties. De volgende tips helpen je misschien om je ‘vaste gedachten’ om te vormen tot ‘groeigedachten’:

  • Probeer elke keer dat je denkt ‘ik kan dit niet’, verschillende stappen te bedenken die erbij kunnen helpen om iets wél te kunnen.
  • Probeer verschillende leerstrategieën uit. Niet alles werkt voor iedereen. Zo is samenvatten een goede leerstrategie voor sommige leerlingen, maar werkt het voor andere leerlingen beter om een mindmap te maken of om studiekaarten te maken.
  • Probeer een onvoldoende voor een proefwerk niet als falen te zien. Bekijk je antwoorden nog eens, en vraag de docent om tips om het de volgende keer beter te kunnen doen.
  • Geef niet op bij tegenslag, maar bedenk hoe je hebt geleerd en wat je de volgende keer anders zou kunnen doen.
  • Ga uitdagingen niet uit de weg, maar ga ze aan! Stel jezelf dus als doel om voor het volgende proefwerk wiskunde een 7,5 te halen, ook al vind je het heel moeilijk.

Succes!


Bron: www.platformmindset.nl

Intrinsieke motivatie verbeteren – hoe doe je dat?

De intrinsieke motivatie van leerlingen stimuleren

De schoolprestaties van leerlingen verbeteren aanzienlijk als zij gemotiveerd zijn om hun best te doen. Leerlingen motiveren is echter niet zo makkelijk. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe de intrinsieke motivatie van leerlingen kan worden gestimuleerd, zodat zij zich beter inzetten voor school en daar ook meer zin in hebben.

Extrinsieke en intrinsieke motivatie

Doorgaans wordt er een onderscheid gemaakt tussen extrinsieke en intrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie is motivatie die uit de leerling zelf komt. Als een leerling intrinsiek gemotiveerd is voor school, zal zij het huiswerk maken en leren voor toetsen omdat ze dat zelf graag wil, niet omdat ze van buitenaf wordt gestimuleerd om dit te doen. Dat is extrinsieke motivatie. Leerlingen kunnen extrinsiek gemotiveerd worden door bijvoorbeeld beloning of straf. Om gemotiveerd te zijn en blijven, hebben leerlingen ruimte nodig, ruimte om hun eigen weg uit te stippelen. Krijgen zij deze ruimte niet, dan kan dit leiden tot motivatieproblemen, omdat het hun intrinsieke motivatie teniet doet.

Basisbehoeften autonomie, relatie en competentie

Om intrinsiek gemotiveerd te raken voor school, moet voldaan worden aan de basisbehoeftenautonomie, relatie en competentie:

  • Autonomie: de leerling moet het gevoel hebben zelf iets te kunnen.
  • Relatie: de leerling moet zich verbonden voelen met anderen, moet ervaren dat anderen hem of haar waarderen en dat anderen met hen of haar willen omgaan.
  • Competentie: de leerlingen hebben geloof in hun eigen kunnen en plezier in wat ze doen.

Dat klinkt heel eenvoudig, maar in het huidige schoolsysteem raken vooral de behoeften autonomie en competentie vaak ondergesneeuwd. Het gevolg: ongemotiveerde leerlingen, die nog ongemotiveerder raken doordat ze slechte cijfers halen.

Inspelen op de basisbehoeften

Hoe daar op ingespeeld moet worden? Dat is natuurlijk per leerling verschillend, maar er zijn een aantal voorbeelden te geven. Aan de basisbehoefte autonomie kan voldaan worden als leerlingen een gestructureerde mate van ruimte en keuze krijgen. Dus niet overnemen, maar samen doen. Door begeleiding en ondersteuning kunnen zij leren hoe ze hun schoolwerk het beste kunnen aanpakken, en hoe en wanneer ze voor proefwerken leren. Op de basisbehoefte relatie kan worden ingespeeld door naar de leerlingen te luisteren, door ze vertrouwen te geven, maar ook door in te grijpen als dat echt nodig is. Voor studiebegeleiding betekent het: uitnodigende omstandigheden creëren, goede voorbeelden geven, uitdagen en ondersteunen. De basisbehoefte competentie kan tot slot worden voorzien door een stapsgewijze begeleiding, met positieve maar reële verwachtingen, en natuurlijk door beschikbaarheid van hulp en ondersteuning.

In het kort: de intrinsieke motivatie van leerlingen kan gestimuleerd worden door in te spelen op de basisbehoeften autonomie, relatie en competentie. Dit kan door een positieve leeromgeving te creëren, leerlingen uit te dagen en hen te ondersteunen.

Bron: Stevens, L. (red.). (2004). Zin in School. Amersfoort: CPS