Leerstrategieën: leren om te leren

Leerstrategieën zijn manieren waarop leerlingen kunnen leren. Het is als het ware gereedschap dat leerlingen kunnen inzetten om makkelijker te leren. Als leerlingen verschillende leerstrategieën beheersen, zullen ze sneller en makkelijker huiswerk kunnen maken en kunnen leren voor toetsen. In dit artikel worden drie soorten leerstrategieën besproken: metacognitieve leerstrategieën, cognitieve leerstrategieën en motiverende leerstrategieën.

Metacognitieve leerstrategieën

Metacognitieve leerstrategieën helpen leerlingen om hun leren te reguleren door vooruit te kijken, leerwerk bij te houden en terug te blikken. Hier zijn drie categorieën te onderscheiden: plannen, monitoren en reguleren.

  1. Plannen: De leerstrategie plannen staat aan het begin van het leerproces. Door te plannen krijgen leerlingen overzicht over wat zij moeten doen. Bij plannen hoort ook dat leerlingen nadenken over hoe zij bepaalde taken gaan aanpakken, bijvoorbeeld hoe ze voor een proefwerk gaan leren.
  2. Monitoren: De leerstrategie monitoren gaat over het bijhouden van voortgang. Leerlingen die deze strategie beheersen, hebben inzicht in hun inzet en concentratie en houden bij in hoeverre zij goed op weg zijn.
  3. Reguleren: De leerstrategie reguleren focust op het (achteraf) bijstellen van studiegedrag. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld leren om leerstof opnieuw door te nemen, tijdens een proefwerk moeilijke vragen eerst over te slaan, of om hulp te vragen. Ook hoort hierbij dat leerlingen in staat zijn om hun inzet en resultaten te evalueren.

Cognitieve leerstrategieën

Cognitieve leerstrategieën hebben te maken met het ontwikkelen en opslaan van kennis. Hier zijn drie strategieën te onderscheiden: herhalen, verdiepen en structureren.

  1. Herhalen: Herhalingsstrategieën helpen leerlingen om informatie letterlijk te onthouden en om hun werkgeheugen alert te houden. Voorbeelden zijn het leren van woorden met wrts, of het oefenen van opdrachten bij wiskunde.
  2. Verdiepen: Verdiepingsstrategieën helpen leerlingen om informatie op te slaan in hun langetermijngeheugen. Voorbeelden hiervan zijn de leerstof aan een ander uitleggen, vragen over de leerstof formuleren en vragen over de leerstof beantwoorden. Door te verdiepen kan nieuwe kennis gekoppeld worden aan wat leerlingen al weten.
  3. Structureren: Structureringsstrategieën helpen leerlingen om overzicht en orde in de leerstof aan te brengen. Voorbeelden hiervan zijn mindmappen, samenvatten en oorzaakgevolgschema’s maken.

Motiverende strategieën

Leerlingen leren beter als zij gemotiveerd zijn. Motiverende strategieën spelen in op de intrinsieke motivatie van de leerling. Hierbij zijn drie categorieën te onderscheiden: self-efficacy, taakwaarde en doeloriëntatie.

  1. Zelfvertrouwen: Zelfvertrouwen is het vertrouwen dat leerlingen hebben in hun eigen kunnen. Dit kan vergroot worden door leerlingen succes te laten ervaren.
  2. Het nut inzien: Leerlingen zijn eerder gemotiveerd om te leren als zij het nut van de leerstof inziet. De motivatie van leerlingen kan vergroot worden door de praktische toepasbaarheid van leerstof te benoemen.
  3. Een doel hebben: Leerlingen hebben verschillende motieven om een bepaald doel te bereiken. Door een bepaald leerdoel te stellen, kunnen leerlingen gemotiveerd worden om te leren.

Bronnen:
  • Dijkstra, P. (2015). Effectiever leren met leerstrategieën. Amsterdam: Boom Uitgeverij;
  • Pintrich, P.R. (1999). The Role of Motivation in Promoting and Sustaining Self-Regulated Learning. International Journal of Educational Research, 31, 459-470;
  • www.strategievoorleren.nl