Studiekunst_Omgevingsfoto_2

Leerstrategieën: manieren om makkelijker te leren

Studiebegeleiding draait om het eigen maken van leerstrategieën: leren hoe je moet en kunt leren. Leerstrategieën zijn manieren die je bewust kunt inzetten om het leren zo soepel mogelijk te laten verlopen. Ze helpen je om zelfstandig te leren en het beste uit jezelf te halen. In het boek Zelfregulerend Leren. Effectiever leren met leerstrategieën van Pieternel Dijkstra worden veertien leerstrategieën opgesomd die je kunt inzetten om efficiënt en effectief te leren:

  1. Overzien: Als je deze leerstrategie beheerst, dan kun bijvoorbeeld je uitleggen welke verschillende manieren er zijn om iets te leren, welke stappen je moet nemen om iets te onthouden en uitleggen hoe je een bepaald probleem het beste kunt oplossen.
  2. Jezelf kennen: Je weet wat je sterke en zwakke punten zijn als het om leren gaat. Je kunt aangeven wat je moeilijk of makkelijk vindt en waarom. Ook weet je welke manier van leren bij je past en waar je nog mee moet oefenen.
  3. Vooruitkijken: Als je de leerstrategie vooruitkijken gebruikt, dan kun je plannen en prioriteiten stellen, voor een goede werkplek zorgen en goed inschatten hoe lang je met een bepaalde taak bezig zult zijn.
  4. Bijhouden: Je controleert tijdens het maken van een opdracht of je het nog begrijpt, vraagt jezelf regelmatig af hoe het leren gaat, vraagt om hulp als je vastloopt en voert je planning uit.
  5. Terugkijken: Je controleert antwoorden en berekeningen, kunt na een toets inschatten hoe je het hebt gedaan en bent in staat om na te denken over wat je beter of anders had kunnen doen.
  6. Herhalen: Als je deze leerstrategie beheerst, dan neem je de leerstof voor een proefwerk of so meerdere malen door, onderstreep je belangrijke woorden of zinnen in de tekst of stampt woordjes (Bijvoorbeeld met wrts of Quizlet).
  7. Verdiepen: Deze leerstrategie is een aanvulling op de leerstrategie Herhalen. Alleen herhalen is namelijk niet genoeg om informatie te onthouden. Als je deze leerstrategie gebruikt, dan maak je in eigen woorden een samenvatting van de leerstof, stel je jezelf inhoudelijke vragen erover, ben je in staat om bij de leerstof voorbeelden te bedenken, maak je aantekeningen als de leraar iets vertelt in de les en kun je verbanden legen tussen de stof en wat je al eerder hebt geleerd.
  8. Structureren: Je ordent de leerstof, vat samen, maakt tabellen of grafieken, of een mindmap. Ook kun je de hoofdzaken van de leerstof kort en bondig opnoemen.
  9. Jezelf organiseren: Beheers je deze leerstrategie, dan kun je gericht aan een doel werken, doe je ook bij lastige taken je best, laat je je niet afleiden en houd je je aandacht erbij.
  10. Omgeving organiseren: Je zoekt een geschikte plek om huiswerk te maken om te leren.
  11. Anderen organiseren: Je vraagt om hulp als je ergens niet uitkomt en zorgt ervoor dat anderen je niet afleiden.
  12. Jezelf vertrouwen: Als je jezelf vertrouwt, ga je ervanuit dat je een bepaalde taak of opdracht aankan. Je laat je niet remmen door twijfels of een gebrek aan zelfvertrouwen, bent niet te zenuwachtig voor toetsen of presentaties en bent positief over je prestaties.
  13. Het nut zien: Gebruik je deze leerstrategie, dan kun je uitleggen waarom bepaalde taken belangrijk zijn, wat het nut ervan is, ben je geïnteresseerd in de stof en kun je voorbeelden noemen waarbij een bepaalde vaardigheid van pas komt.
  14. Jezelf motiveren: Je investeert tijd en energie in je schoolwerk, maakt taken af, wil een goede prestatie neerzetten en jezelf verbeteren, hebt weinig aanmoediging nodig en bent trots op je werk.

Bron: Dijkstra, Pieternel. 2015. Zelfregulerend leren. Effectief leren met leerstrategieën. Amsterdam: Boom Uitgeverij.

Tags: No tags

Comments are closed.